Google Tag Manager opzetten, account en container
Een GTM-account en container goed neerzetten, de code op de juiste plek in je site, en toegang regelen zonder de klassieke fout dat de container van een bureau blijkt te zijn.
Google Tag Manager (GTM) is de gereedschapskist waar al je meetscripts in leven: GA4, advertentietags, conversiemeting. Eén container op je site, en daarbinnen beheer je alles zonder telkens de site zelf te verbouwen. De opzet is simpel, maar de structuurkeuzes van de eerste vijf minuten draag je jaren mee.
Wat je nodig hebt
- Een Google-account op een e-mailadres van het bedrijf, zelfde principe als bij Google Ads: geen privé-Gmail.
- Toegang tot je website (of tot je websitebouwer of platform-plugin) om twee codefragmenten te plaatsen.
- Ongeveer tien minuten, plus het moment van je websitebouwer.
De structuur: account = organisatie, container = site
Bij het aanmaken vraagt GTM om een account én een container. De bedoeling:
- Account = je organisatie. Eén per bedrijf.
- Container = één website of app. Meerdere sites? Meerdere containers binnen hetzelfde account.
De klassieke fout is hier: de container van jouw site hangt in het account van een bureau of een oud-medewerker. Werkt prima, tot je afscheid neemt en je complete meetinrichting in andermans account blijkt te wonen.
Stap 1: account en container aanmaken
- Ga naar tagmanager.google.com, ingelogd met het Google-account van het bedrijf (zelfde principe als bij Google Ads: bedrijfsaccount, geen privé-Gmail).
- Maak een account aan met je bedrijfsnaam, land Nederland.
- Maak daarbinnen een container met de naam van je website en kies Web (voor een gewone site).
Stap 2: de code op de site
GTM toont twee codefragmenten:
- het script voor hoog in de
<head>; - het noscript-fragment voor direct na de openende
<body>.
Plaats ze op elke pagina, of laat je websitebouwer of platform-plugin dat doen. Eén afspraak die later veel debuggen scheelt: plaats de container één keer, via één route. Twee keer dezelfde container (plugin én handmatig) betekent dubbele metingen.
Stap 3: controle en eerste publicatie
In GTM zie je met Voorbeeld (preview-modus) live of de container op de site laadt. Publiceer daarna gerust een lege eerste versie; een lege container doet niets, maar je weet dan dat de keten werkt. Wat er dáárna in moet (GA4, conversies, consent-instellingen) is inrichtingswerk; belangrijk is dat elke tag een bewuste consent-instelling krijgt, zodat je meet wat mag.
Toegang geven aan een bureau
- Ga in GTM naar Beheer en kies Gebruikersbeheer (dit bestaat op account- en op containerniveau; accountniveau is voor een vast bureau het handigst).
- Voeg het e-mailadres van je bureau toe. Voor Buro Z: koen@buro-z.nl.
- Kies de rol. Voor een bureau dat de meting inricht: Bewerken en publiceren op de container. Alleen-lezen bestaat ook, voor een second opinion.
Waar je op moet letten
- Publiceren is de machtigste knop in GTM. Wie mag publiceren, kan elk script op je site zetten. Geef die rol bewust en haal hem weg bij mensen en partijen die niet meer voor je werken.
- Versiebeheer is je vriend. GTM bewaart elke gepubliceerde versie; je kunt altijd terug. Vraag bij wijzigingen om een korte versienaam, dan is het logboek later leesbaar.
- Container-ID delen is veilig. De code (GTM-XXXXXXX) is openbaar zichtbaar op elke site die hem gebruikt. Toegang tot het beheer is wat je bewaakt.
Liever dat wij het inrichten?
Dit soort werk zit gewoon in onze dienstverlening: accounts goed opzetten, toegang netjes regelen en de meting erachter kloppend maken. Eén mail is genoeg.
